meisje op het strand

Wat kan een leerkracht doen?

Moeite met zelfstandig werken?

  • Geef veel structuur.
  •  Help het kind zichzelf te structureren.
  •  Ondersteun het kind bij het plannen door middel van plaatjes
    en werkschema’s die samen zijn opgesteld.
  • Werk bij voorkeur met een agenda of een rooster.
  • Geef het kind voldoende tijd om zijn/haar werk netjes te kunnen
    verzorgen.
  • Geef geen complexe opdrachten, maar steeds één opdracht
    tegelijk.
  • Geef het kind een compliment als het een opdracht heeft
    uitgevoerd.
  • Zoek compensatie voor bijvoorbeeld zwakke fijne motoriek door
    te werken met de computer.

Moeite met sociaal functioneren?

  • Leg een kind uit wat er is misgegaan bij een ruzie, zodat het kan
    leren van die ervaring. Het is vaak te moeilijk voor het kind om
  • zelfstandig te ordenen wat er gebeurde.
  • Geef complimenten voor geslaagde sociale interactie.
  • Spreek zo nu en dan voor de pauze af met wie het kind gaat
    spelen.
  • Structureer vrije situaties voor het kind.

Een zwakke aandachtsregulatie?

  • Geef het kind een tafel vooraan in de klas (dan zijn er minder
    afleidende prikkels binnen zijn of haar blikveld).
  • Zoek geregeld even (oog)contact met de leerling Deel een opdracht op in kleine deeltaakjes.
  • Geef het kind na ieder voltooid deeltaakje even een.
  • complimentje. Stel hiermee korte-termijndoelen die bereikbaar
    zijn.
  • Geef het kind extra tijd om iets af te maken.
  • Geef één opdracht tegelijk.
  • Leer een kind zichzelf te instrueren tijdens het werk.
  • Gebruik hierbij ter ondersteuning bijvoorbeeld plaatjes of
    stickers op de tafel.
  • Geef duidelijke, concrete en korte instructies.
  • Vraag het kind de instructies te herhalen, om te controleren of de
    informatie goed is overgekomen.

Impulsief gedrag

  • Bereid het kind voor op vrije situaties door afspraken te maken
    over gewenst gedrag.
  • Zeg niet alleen wat niet mag, maar vooral hoe het wèl moet.
  • Wees altijd prompt met afwijzing of beloning van gedrag.
  • Vergeet geen complimentjes te geven als het goed gaat.
  • Maak goede afspraken over de manier waarop het kind aandacht
    mag vragen (vinger opsteken bijvoorbeeld).
  • Spreek duidelijk af welk gedrag wanneer gewenst is en help het
    kind de betreffende situatie te herkennen.

Motorische onrust?

  • Sta geregeld kortdurende motorische activiteit toe (even
    rennen, even weg van de tafel).
  • Spreek af wanneer motorische activiteit niet gewenst is en wijs
    het kind op deze afspraak.
  • Geef vaak een korte pauze tussen opdrachtjes waarin
    motorische activiteit wordt toegestaan.

Weinig motivatie?

  • Maak geregeld een aanmoedigende opmerking.
  • Zoek naar gedrag waarvoor je een compliment kunt geven.
  • Stel duidelijke, concrete eisen aan de werkhouding.
  • Probeer niet boos te worden, maar leg geregeld uit welk gedrag
    je graag wilt zien.
  • Vat af en toe samen wat je van het kind verwacht (tussentijdse
    instructie).
  • Zoek contact met het kind en wissel een blik van
    verstandhouding.
  • Let op of het kind gefrustreerd of vermoeid raakt; misschien is
    de opdracht te zwaar of neemt de taak teveel tijd in beslag.
  • Verwoord de emoties van het kind (agressie, angst, verdriet) en
    geef daarmee erkenning en begrip.
  • Vertel het kind hoe het kan aangeven dat het zich boos of
    gefrustreerd voelt.
  • 1 op de 4 mensen krijgt psychische problemen

Feedback
Jonx

is onderdeel van Lentis